Dit document is bedoeld als leidraad om groupwise 6.5 aan te passen aan je eigen omgeving om er zoveel mogelijk uit te halen. De onderwerpen die worden besproken zijn quickfinder indexing, NSS volumes, NSS instellingen, architectuur, groupwise aantallen en proactief onderhoud. Vooral de laatste twee zijn zeer nuttig bij het inrichten en onderhouden van je groupwise omgeving. Een extra beetje advies: lees het gehele document door voordat je wijzigingen maakt. Sommige onderwerpen hebben direct of indirect met elkaar te maken. Voor het geval je de originele en of complete documentatie wilt lezen zijn soms de URLs hiernaar opgenomen.
Alhoewel dit document is gemaakt naar aanleiding van groupwise 6.5 kun je het ook gebruiken als leidraad op een groupwise 6 en 7 systeem.
Bron
Waarvoor wordt de quickfinder Indexing gebruikt?
The groupwise message store should be indexed every day. It's a common misunderstanding that quickfinder indexing is only needed if groupwise document management is involved. Because of this misunderstanding, some customers have disabled quickfinder indexing. Quickfinder indexing should be re-enabled. The programmatic reason for this is explained as follows:The indexes created by quickfinder indexing are used by groupwise whenever users use the “Find” feature either in the groupwise client, or a Find Results Folder (those are folders with an icon that shows a magnifying glass). If a user uses the Find feature, on their mailbox, but the quickfinder indexing maintenance job is not regularly running, then the POA must perform a real-time search and indexing process - right at the time that the user is using the Find feature. The indexing process can potentially take a lot of CPU overhead which can degrade the performance of the POA. It gets worse! When the POA indexes a user's database on demand, the efforts of the POA to index the user's database are not saved. They are discarded, which means when the user uses the Find feature again, the POA must perform the real-time search and indexing process.
In de eigenschappen van de POA op het sub-tabblad quickfinder kun je de instellingen vinden. Controleer ten eerste of de service aanstaat en ten tweede of de start en interval tijd kloppen. De default waarden zie je hieronder:

Deze standaardwaarden zijn in principe prima. Nu moet je nog wel controleren of de POA deze instellingen ook echt daadwerkelijk overneemt. Kijk hiervoor in de logs van de POA en zoek als deze is opgestart naar de volgende waarden:
00:00:01 167 QuickFinder Indexing: Enabled
00:00:01 167 QuickFinder Indexing Base Offset (hours from Midnight): 20 Hours 0 Mins (Default)
00:00:01 167 QuickFinder Indexing Interval: 24 Hours 0 Mins (Default)
Nu moet je alleen nog controleren of deze standaardwaarden wel doen wat je wilt. Kijk hiervoor weer in de logs van de POA en zoek naar de volgende waarden:
20:00:02 446 Starting QuickFinder index update
20:50:25 446 QuickFinder indexing thread finished
Om de tweede regel te vinden zul je waarschijnlijk door een aantal logfiles moeten gaan. Controleer deze gelijk op fouten.
Dat kan inderdaad. Je kunt instellen dat de Quickfinder job mag draaien met een hogere prioriteit. Er zijn geen gevallen bekend dat dit problemen heeft opgeleverd. Let hier echter wel mee op als de Quickfinder draait tijdens kantooruren. Dit instellen doe je met behulp van een startup switch van de POA, en wel
Meer informatie over startup switches van de POA met betrekking tot de quickfinder kun je hier vinden.
Op een groupwise server kun je rekening houden met een aantal instellingen zoals die gelden voor NSS volumes. Daar moet je al mee beginnen met het aanmaken van een volume. Groupwise houdt zijn eigen bestanden bij, en ruimt deze zelf voor je op. Zodoende kun je tijdens het aanmaken van het volume instellen dat het volume geen salvage mogelijkheden heeft. Dit voorkomt het vollopen van het volume met het bestanden die je toch niet kunt salvagen omdat het onderdelen zijn van je database. Eventueel kun je dit ook nog instellen met een NSS parameter:
The /nosalvage switch should also be used on groupwise volumes so that they do not fill up with deleted message files. You have to set this one time on the server command prompt. The syntax is /nosalvage=volumename. This has a similar effect as the PurgeImmediate attribute on traditional volumes. Once this is set, it will stick, even after rebooting the server.
Dus ben je tijdens het maken van het volume waar groupwise op gaat draaien vergeten dat je salvage uit moet zetten kun je dit ook doen met de nosalvage switch. Deze kun je het best doorvoeren met een extra bestandje genaamd NSSSTART.CFG. Zie voor meer informatie hierover het stukje over NSS instellingen.
Indien je gebruik maakt van software matige RAID moet je er ook nog eens aan denken om geen gebruik te maken van een RAID 5 opstelling. Zou je dat wel doen ga je een database op een database draaien en dat is niet goed voor de performance.
Bron en
bron
Bij een server waarin meer dan 1
GB aan intern geheugen zit kun je afwijken van de standaard instellingen voor NSS. Deze zijn namelijk optimaal voor servers die de recommended requirements hebben voor netware en groupwise. Denk echter goed over de volgende twee waarschuwingen:
The FileFlushTimer and BufferFlushTimer switches should not be used as they can cause clustered volumes to go comatose on migration and possible data loss in the event of an ABEND on the server.
With 6.5 and all later versions of netware, tuning NSS will not be necessary as the cachebalance will default to 85% and all other tuning parameters that may affect groupwise will be dynamically adjusted by NSS.
Deze instellingen kun je doorvoeren door een NSSSTART.CFG bestand in de C:\NWSERVER directory te maken, en daar de volgende parameters in te zetten:
/cachebalance=85
/fileflushTimer=10
/bufferflushTimer=10
/ClosedFileCacheSize=100000
/noSalvage=<GroupWise (Cluster) Volume Name> in other words the volume name where the post office or domain directories reside, without brackets.
/AllocAheadBlks=0
/NameCacheSize=20000
/OpenFileHashShift=17
One per server
One MTA per Domain
One per server
Run on same server as the Domain
Run with IP Links to other Domains and Post Offices
Run on separate server from the Post Office (data store) or POA*
Note - This recommendation is specific for those domains that act as high volume mail traffic hubs. In most circumstances there is not a problem with running a Domain with a MTA on the same server as a (1) Post Office with a POA.
One per Server
One POA per Post Office*
Note - When running Document Management with a moderate to heavily used Library, it is recommended to have a second POA running on a separate server to perform the Indexing tasks of the POA.
Bron
Groupwise is een zeer schaalbaar systeem en kan zeer grote aantallen gebruikers aan. Omdat het schaalbaar is zul je steeds gebruikers moeten verdelen over de beschikbare resources, en zorgen dat je genoeg resources hebt. Maar wat is nu de aan te raden grootte van deze resources?
Allereerst moet je bepalen wat voor resources je hebt, en wie er van deze resources gebruik maakt of dat wil gaan doen in de toekomst. Omdat een MTA op een dedicated server met genoeg CPU kracht makkelijk 100.000 mailtjes per dag kan verwerken kun je ervan uitgaan dat dit geen bottleneck in je systeem zal zijn. Anders wordt het met betrekking tot de postkantoren. De performance hiervan is sterk afhankelijk van een aantal factoren. Deze factoren zijn het aantal actieve gebruikers, en hetgene wat deze gebruikers doen. Hierbij moet je vooral denken aan het gebruik van “busy searches”, toegangs proxies over verschillende postkantoren, remote en caching gebruik, de “find”, en eventueel document beheer. Als deze functies veelvuldig worden gebruikt is het aantal actieve gebruikers wat het postkantoor aan kan veel kleiner dan in normale situaties. Er zijn nog een aantal factoren die bepalend kunnen zijn hoeveel actieve gebruikers er in je postkantoor kunnen zitten. Deze factoren zijn de performance van de hardware, de beheersbaarheid, het onderhoud van je systeem en de schijfruimte. Als je vermoed dat je server het qua hardware niet aankan kijk dan naar de TCP/IP requests (ook op het werkstation), thread usage, CPU belasting, RAM belasting en schijf I/O. Ook het veel gebruik maken van distributie lijsten, en veel veranderingen kan invloed hebben. Verder moet je ook nog onderhoud op je systeem kunnen uitvoeren. Als het onderhoud te lang duurt, of je backup en restore het niet meer aankunnen zul je actie moeten ondernemen. Verder is natuurlijk de schijfruimte bepalend. Op het volume van een postkantoor moet minimaal 10% vrije schijfruimte zijn. Dit is vereist om tijdelijke bestanden kwijt te kunnen. Verder moet er ruimte zijn om te groeien. Met deze factoren in gedachten genomen kun je de volgende richtlijnen volgen:
Normale situatie (richtlijnen van Novell):
Actieve gebruikers per postkantoor: 500-700.
Maximale grootte postkantoor: 50-70
GB (maximaal 100
MB per gebruiker)
Afwijkende situatie met veeleisende gebruikers:
Actieve gebruikers per postkantoor: 300-400.
Maximale grootte postkantoor: 60-80
GB (maximaal 200
MB per gebruiker)
Groupwise kent een aantal minimale eisen betreffende de hardware. Hier staan ze de aangeraden hoeveelheid, draaiende op een netware server, en gebaseerd op 100 normale gebruikers:
CPU: Pentium III 700
MHz
RAM: 1
GB
Disk Space: 1810
MB
Voor elke gebruiker die daarbij komt moet je 10
MB schijfruimte rekenen. Per 100 extra gebruikers moet je ook nog eens rekenen op 100
MB extra RAM.
Threads zijn in te stellen in de eigenschappen van de POA op het subtabblad agent settings:
Message Handler Threads (Message Worker Threads in POA HTTP console): Dit is het aantal threads wat de POA mag gebruiken om berichten af te handelen. De standaardwaarde is 8, en mag worden opgeschroefd tot aan 30. Novell raad aan om het met waarden van ongeveer 2-5 te vermeerderen en te verminderen, aangezien dit ten koste gaat van andere processen die op de server draaien.
TCP Handler Threads (C/S Handler Threads in POA HTTP console): Dit zijn het aantal threads wat de POA mag gebruiken om gebruiker verzoeken af te handelen. Aangeraden wordt om 1 thread per 20 gebruikers te hebben. De standaardwaarde van 6 is dus bedoeld voor een postkantoor van ongeveer 120 gebruikers. Indien de POA erg traag wordt en er pending requests zijn kun je deze waarde verhogen. De POA kan deze waarde zelf verhogen indien het aantal verzoeken te hoog wordt, echter alleen als de CPU utilization onder het percentage blijft opgegeven bij CPU Utilization (NLM). Hij zal dit ook zelf terugzetten naar de opgegeven waarde zodra het weer rustig is. Hoe vaak dit voorkomt kun je in het
HTTP console vinden onder Client/Server Pending Requests History.
Maximum Physical Connections: Dit zijn de daadwerkelijke verbindingen, dus de verbinding waar data overheen gaat. 1 Fysieke verbinding kan meerdere applicatie verbindingen inhouden. Als ze een tijd niet worden gebruikt worden ze afgebroken. Je moet rekening houden met 1 tot 2 verbindingen per gebruiker, waardoor de standaardwaarde van 1024 voldoende is voor 500 gebruikers.
Maximum Application Connections: Dit zijn het aantal applicaties wat een verbinding kan maken naar groupwise. Hier vallen zowel de groupwise client, notify en het adresboek onder. Ook applicaties om PDAs te synchroniseren en dergelijke moet je hierbij rekenen. Zodoende moet je rekenen op 3-4 verbindingen per gebruiker. De standaardwaarde is 2048, voldoende voor 500 gebruikers.
Groupwise kent veel ingebakken onderhoud. Eerder werd al quickfinder behandeld omdat deze direct veel gevolgen kan hebben voor de omgeving. Na een normale installatie staan er standaard al een flink aantal onderhoud en controle jobs aan. Deze wil je echter uitbreiden en aanpassen aan je eigen omgeving.
Zo heb je de POA Maintenance. Kijk hiervoor in de eigenschappen van de POA en ga naar het subtabblad Maintenance. Je hebt hier de volgende opties die je kunt instellen:
Ook als onderdeel van proactief onderhoud kun je scheduled events op gaan zetten. Na de installatie van je systeem heb je er alvast één. Op elke vrijdag om middernacht wordt een controle en reparatie uitgevoerd op het systeem. Dit is een zogenaamde structural check. Hierin worden zowel de user, de berichten en de documenten database meegenomen. Deze kun je niet alleen aanpassen, je kunt hem ook verwijderen of extra acties aan toevoegen. Bij mogelijkheden moet je denken aan acties bij een lage diskruimte, onderhoud aan de databases, het opschonen van “expired” items.
Het onderhoud wat je instelt is geheel afhankelijk van je eigen omgeving. Daarom kun je ook beter de documentatie hierover lezen:
Bron
Verder kun je het onderhoud laten beïnvloeden door een bedrijfsbeleid. Hierbij moet je denken aan wat de bedoeling is van groupwise. In mijn ogen is groupwise een communicatie medium, en geen opslag medium. Ik vind dan ook dat elk bestand wat ouder is dan 180 dagen niet meer nodig is. En vindt de gebruiker dat hij dat bestand nog wel nodig heeft kan hij hem archiveren. Het voordeel van deze regeling is dat je gebruikers de vrijheid geeft op korte termijn heel veel mail te ontvangen met grote attachments zonder dat de dienstverlening in gevaar komt. Vervolgens krijgt de gebruiker 6 maanden de tijd om de bestanden op te slaan. En daarna worden ze simpelweg verwijderd wat voorkomt dat de database volloopt met allerlei irrelevante en verouderde gegevens. Ook deze regel kun je implementeren met de scheduled events.
Iets wat er eigenlijk wel een beetje ondervalt is het beperken van de grootte van de e-mailberichten die gebruikers kunnen versturen en ontvangen. Bedenk wel dat je hiermee de dienstverlening naar je gebruikers toe flink verlaagt. Hieronder een overzicht waar en hoe je de grootte van je email berichten kunt beperken.
Binnen het postkantoor: consoleone → Selecteer een domein, postkantoor of gebruiker → ga naar de client options binnen de groupwise utilities. Kies vervolgens voor Send en dan Disk Space Management.

Je kunt hier ook gelijk de grootte van de mailbox en een waarschuwingsniveau instellen.
Tussen postkantoren: Ga naar de link configuratie van je postkantoor en dubbelklik de link in het nieuwe scherm wat je krijgt. Je krijgt dan onderstaand scherm waarin je ook weer een berichtenlimiet kunt zetten:
Tussen domeins: Ga naar de link configuratie van je domein en dubbelklik de link in het nieuwe scherm wat je krijgt. Zie verder onderstaand scherm:
Van groupwise naar internet: Je hebt twee manieren om deze te configureren. De makkelijkste wijze is in het GWIA object naar het volgende scherm te gaan:

Je kunt echter ook gebruik maken van access control classes, voor het geval je bepaalde gebruikers bepaalde rechten wilt geven, of het gebruik van
IMAP en
POP3 wilt beperken, of verschillende regels voor binnenkomende en uitgaande mail wilt hanteren. Denk echter wel aan de volgende waarschuwing:
IMPORTANT: The Internet Agent uses the message size limit set for the default class of service as the maximum incoming message size for your groupwise system. Therefore, you should set the message size for the default class of service to accommodate the largest message that you want to allow into your groupwise system. As needed, you can then create other classes of service with smaller message size limits to restrict the size of incoming messages for selected users, distribution lists, post offices, or domain.
Als je hier meer over wilt lezen kun je gebruik maken van deze bron.
Discussion